taalrubriek
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een vast onderdeel in een krant of tijdschrift waarin men taalkwesties behandelt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| taalrubrieken | meervoud |
| taalrubriekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| taalrubriekjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van taal zn en rubriek zn
Woordfamilie van taalrubriek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| taalrubrieken | meervoud | taalrubriek |
| taalrubriekje | verkleinwoord | taalrubriek |
| taalrubriekjes | verkleinwoord meervoud | taalrubriek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van taalrubriek zijn vastgelegd.