taalschat
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de hoeveelheid en kwaliteit van de taal die men tot zijn beschikking heeft om zich te uiten of die men kan begrijpen
- heel waardevol, mooi, belangrijk taalelement
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| taalschatten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van taal zn en schat zn
Woordfamilie van taalschat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| taalschatten | meervoud | taalschat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van taalschat zijn vastgelegd.