taakuitbreiding
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het vergroten van het aantal taken dat iets of iemand moet (en mag) uitvoeren
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| taakuitbreidingen | meervoud |
| taakuitbreidinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| taakuitbreidinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van taak zn en uitbreiding zn
Woordfamilie van taakuitbreiding
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| taakuitbreidingen | meervoud | taakuitbreiding |
| taakuitbreidinkje | verkleinwoord | taakuitbreiding |
| taakuitbreidinkjes | verkleinwoord meervoud | taakuitbreiding |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van taakuitbreiding zijn vastgelegd.