survival
zelfstandig naamwoord, werkwoord sʏrˈvajvəlBetekenis
- overlevingstocht onder zware omstandigheden met weinig hulpmiddelen
- het hoogst noodzakelijke om te overleven
- sportieve activiteit in de vrije natuur met elementen van (1)
- gebruik dat uit een vroegere cultuurperiode is overgebleven
Hoe spreek je survival uit?
/sʏrˈvajvəl/
Survival bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| ʏ | put |
| r | rood |
| v | vis |
| a | maan |
| j | ja |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| survivals | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van survivallen
- gebiedende wijs van survivallen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van survivallen
Vervoeging van survival
survivalhele werkwoord
Herkomst
van Engels survival
Woordfamilie van survival
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| survivals | meervoud | survival |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van survival zijn vastgelegd.