sujet
zelfstandig naamwoordBetekenis
- onguur persoon
- volgorde van gebeurtenissen in het verhaal
- het onderwerp.
- de onderdaan.
zelfstandig naamwoord — neuter
- slecht, verdorven iemand; bandiet, schurk zn pejorative
- persoon of zaak waar een verhaal e.d. om draait; volgorde van gebeurtenissen in een verhaal; voornamelijk in ... op het sujet van ...
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| sujetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| sujetjes | verkleinwoord, meervoud |
| sujetten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘persoon (minachtend)’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1803
Woordfamilie van sujet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sujetje | verkleinwoord | sujet |
| sujetjes | verkleinwoord meervoud | sujet |
| sujetten | meervoud | sujet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sujet zijn vastgelegd.