sukade
zelfstandig naamwoordBetekenis
- gezoete schil van de vrucht van de sukadeboom ()
- rundvlees van de schouder van het rund, meestal gebruikt als stoofvlees
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- gezoete schil van de vrucht van de sukadeboom (Citrus medica)
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘gekonfijte schil van cederappel’ voor het eerst aangetroffen in 1480