stukgoed
zelfstandig naamwoord /'stʏkxut/Betekenis
- goederen waarvan men de hoeveelheid uitdrukt in aantal en niet in maat of gewicht
Hoe spreek je stukgoed uit?
/ˈstʏkxut/
Stukgoed bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| ʏ | put |
| k | kat |
| x | acht |
| u | boek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stukgoederen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van stuk zn en goed zn
Woordfamilie van stukgoed
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stukgoederen | meervoud | stukgoed |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stukgoed zijn vastgelegd.