Naar de inhoud

stuiptrekken

onwillekeurige bewegingen maken bij een toeval

stuiptrekken

werkwoord

Betekenis

  1. onwillekeurige bewegingen maken bij een toeval

werkwoord

  1. . onwillekeurige bewegingen maken bij een toeval unergative

Vervoeging van stuiptrekken

stuiptrekkenhele werkwoord — stuiptrekteverleden tijd enkelvoud — stuiptrektenverleden tijd meervoud — gestuiptrektvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stuiptrek stuiptrekte
jij stuiptrekt stuiptrekte
hij, zij, het stuiptrekt stuiptrekte
wij stuiptrekken stuiptrekten
jullie stuiptrekken stuiptrekten
zij stuiptrekken stuiptrekten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gestuiptrekt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gestuiptrekt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gestuiptrekt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gestuiptrekt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gestuiptrekt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gestuiptrekt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gestuiptrekt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gestuiptrekt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gestuiptrekt verleden tijd, deelwoord
gestuiptrekt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestuiptrekt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gestuiptrekt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gestuiptrekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gestuiptrekt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gestuiptrekt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gestuiptrekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gestuiptrekt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gestuiptrekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gestuiptrekt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestuiptrekt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gestuiptrekt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestuiptrekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gestuiptrekt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gestuiptrekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestuiptrekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestuiptrekt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stuiptrek gebiedende wijs
stuiptrekke aanvoegende wijs
stuiptrekkend onvoltooid, deelwoord
stuiptrekte verleden tijd
te hebben gestuiptrekt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te stuiptrekken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen stuiptrekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gestuiptrekt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestuiptrekt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gestuiptrekt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal stuiptrekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal stuiptrekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal stuiptrekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gestuiptrekt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestuiptrekt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestuiptrekt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou stuiptrekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou stuiptrekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou stuiptrekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gestuiptrekt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestuiptrekt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestuiptrekt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden stuiptrekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden stuiptrekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden stuiptrekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gestuiptrekt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt stuiptrekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gestuiptrekt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestuiptrekt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestuiptrekt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen stuiptrekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen stuiptrekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen stuiptrekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen stuiptrekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gestuiptrekt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult stuiptrekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van stuip en trekken

Woordfamilie van stuiptrekken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gestuiptrekt voltooid deelwoord stuiptrekken
stuiptrek gebiedende wijs stuiptrekken
stuiptrekke aanvoegende wijs stuiptrekken
stuiptrekt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon stuiptrekken
stuiptrekte verleden tijd stuiptrekken
stuiptrekten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon stuiptrekken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stuiptrekken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over stuiptrekken

Wat betekent stuiptrekken?
Stuiptrekken is een werkwoord. Het woord betekent: onwillekeurige bewegingen maken bij een toeval. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je stuiptrekken?
Je vervoegt stuiptrekken als volgt: de tegenwoordige tijd is stuiptrek, de verleden tijd is stuiptrekte en het voltooid deelwoord is gestuiptrekt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord stuiptrekken is 25 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. T 2
  3. U 4
  4. I 1
  5. P 3
  6. T 2
  7. R 2
  8. E 1
  9. K 3
  10. K 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 25 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

stuiptrekken levert met Wordfeud minimaal 25 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. T 2
  3. U 2
  4. I 2
  5. P 4
  6. T 2
  7. R 2
  8. E 1
  9. K 3
  10. K 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 25 zonder bonus
  14. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

stuiptrekken in het kort

stuiptrekken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van stuiptrekken zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort stuiptrekken bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

stuiptrekken: onwillekeurige bewegingen maken bij een toeval
Deel stuiptrekken — standaardnederlands.nl