stribbeling
zelfstandig naamwoordBetekenis
- ruzie, getwist, geharrewar
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stribbelingen | meervoud |
| stribbelingetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stribbelingetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
naamwoord van handeling van stribbelen met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van stribbeling
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stribbelingen | meervoud | stribbeling |
| stribbelingetje | verkleinwoord | stribbeling |
| stribbelingetjes | verkleinwoord meervoud | stribbeling |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stribbeling zijn vastgelegd.