strandtas
zelfstandig naamwoordBetekenis
- tas met grote bovenopening en twee hengsels die goed bestand is tegen zout water en zand
strandtas in een zin
- In de strandtas zaten handdoeken en zonnebrand.
- Ze hing de strandtas over haar schouder.
- Twee strandtassen stonden naast de deur.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| strandtasje | verkleinwoord, enkelvoud |
| strandtasjes | verkleinwoord, meervoud |
| strandtassen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van strand en tas
Woordfamilie van strandtas
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| strandtasje | verkleinwoord | strandtas |
| strandtasjes | verkleinwoord meervoud | strandtas |
| strandtassen | meervoud | strandtas |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van strandtas zijn vastgelegd.