strandstoel
zelfstandig naamwoord ˈstrɑntstulBetekenis
- een stoel die speciaal gebruikt wordt om een comfortabele zitplaats te maken op het strand
Hoe spreek je strandstoel uit?
/ˈstrɑntstul/
Strandstoel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| u | boek |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| strandstoelen | meervoud |
| strandstoeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| strandstoeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van strand en stoel
Woordfamilie van strandstoel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| strandstoelen | meervoud | strandstoel |
| strandstoeltje | verkleinwoord | strandstoel |
| strandstoeltjes | verkleinwoord meervoud | strandstoel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van strandstoel zijn vastgelegd.