stomme
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- iemand die niet kan spreken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stommen | meervoud |
| stommetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stommetjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- verbogen vorm van de stellende trap van stom
Woordfamilie van stomme
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stommen | meervoud | stomme |
| stommetje | verkleinwoord | stomme |
| stommetjes | verkleinwoord meervoud | stomme |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stomme zijn vastgelegd.