stokpaard
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een stuk speelgoed bestaande uit een meestal houten paardenhoofd aan een stok waarmee kinderen paardje konden rijden
- een gespreksonderwerp dat iemand steeds maar weer ter sprake brengt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stokpaarden | meervoud |
| stokpaardje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stokpaardjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van stok zn en paard zn
Woordfamilie van stokpaard
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stokpaarden | meervoud | stokpaard |
| stokpaardje | verkleinwoord | stokpaard |
| stokpaardjes | verkleinwoord meervoud | stokpaard |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stokpaard zijn vastgelegd.