hobbelpaard
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een stuk kinderspeelgoed in de vorm van een paard dat evenals een een schommelstoel of een schommelwieg heen en weer kan bewegen. (sjokkelpeerd in het Vlaams)
zelfstandig naamwoord — neuter
- een stuk kinderspeelgoed in de vorm van een paard dat evenals een schommelstoel of een schommelwieg heen en weer kan bewegen. (sjokkelpeerd in het Vlaams)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hobbelpaarden | meervoud |
| hobbelpaardje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hobbelpaardjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘houten paard als speelgoed’ voor het eerst aangetroffen in 1784
Woordfamilie van hobbelpaard
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hobbelpaarden | meervoud | hobbelpaard |
| hobbelpaardje | verkleinwoord | hobbelpaard |
| hobbelpaardjes | verkleinwoord meervoud | hobbelpaard |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hobbelpaard zijn vastgelegd.