stoker
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die het onderhouden van een vuur als beroep heeft
- kwaadspreker
- storm
- de achterste rijder op een tandem
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stokers | meervoud |
| stokertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stokertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van stoken met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van stoker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stokers | meervoud | stoker |
| stokertje | verkleinwoord | stoker |
| stokertjes | verkleinwoord meervoud | stoker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stoker zijn vastgelegd.