stofzuiger
zelfstandig naamwoord ˈstɔfsœyɣərBetekenis
- een elektrisch toestel dat stof en kleine deeltjes opzuigt
- weinig begaafde voetballer die door hard werken toch onmisbaar is voor het team
Hoe spreek je stofzuiger uit?
/ˈstɔfsœyxər/
Stofzuiger bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| ɔ | bot |
| f | fiets |
| œy | huis |
| x | acht |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stofzuigers | meervoud |
| stofzuigertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stofzuigertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘huishoudelijk apparaat dat stof opzuigt’ voor het eerst aangetroffen in 1934
Woordfamilie van stofzuiger
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stofzuigers | meervoud | stofzuiger |
| stofzuigertje | verkleinwoord | stofzuiger |
| stofzuigertjes | verkleinwoord meervoud | stofzuiger |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stofzuiger zijn vastgelegd.