discours
zelfstandig naamwoord dɪsˈkuːr(s)Betekenis
- rede
Hoe spreek je discours uit?
/dɪsˈkurs/
Discours bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| k | kat |
| u | boek |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- uiteenzetting van opvattingen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| discoursen | meervoud |
Herkomst
van Frans discours zn , in de betekenis van ‘gesprek’ voor het eerst aangetroffen in 1578
Woordfamilie van discours
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| discoursen | meervoud | discours |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van discours zijn vastgelegd.