gelijkvloers
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord ɣəlɛikˈflursBetekenis
- een bouwlaag van een gebouw die ter hoogte van het maaiveld ligt, de benedenverdieping, de begane grond, de parterre
- op dezelfde hoogte als de begane grond
Hoe spreek je gelijkvloers uit?
/xəlɛikˈflurs/
Gelijkvloers bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| l | land |
| ɛi | trein |
| k | kat |
| f | fiets |
| u | boek |
| r | rood |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Herkomst
samenstelling van gelijk en vloer met het achtervoegsel -s
Woordfamilie van gelijkvloers
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gelijkvloerse | woordvorm | gelijkvloers |
| gelijkvloerser | woordvorm | gelijkvloers |
| gelijkvloersere | woordvorm | gelijkvloers |
| gelijkvloersers | woordvorm | gelijkvloers |
| gelijkvloerst | woordvorm | gelijkvloers |
| gelijkvloerste | woordvorm | gelijkvloers |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gelijkvloers zijn vastgelegd.