sterftecijfer
zelfstandig naamwoord ˈstɛrᵊftəˌsɛifərBetekenis
- een getal dat aangeeft hoeveel sterfgevallen er in een gebied in een bepaalde tijd hebben plaatsgevonden
Hoe spreek je sterftecijfer uit?
/ˈstɛrəftəˌsɛifər/
Sterftecijfer bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| ə | de |
| f | fiets |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (sterftecijfertje) | verkleinwoord, enkelvoud |
| (sterftecijfertjes) | verkleinwoord, meervoud |
| sterftecijfers | meervoud |
Herkomst
samenstelling van sterfte en cijfer
Woordfamilie van sterftecijfer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sterftecijfers | meervoud | sterftecijfer |
| sterftecijfertje | woordvorm | sterftecijfer |
| sterftecijfertjes | meervoud | sterftecijfer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sterftecijfer zijn vastgelegd.