Naar de inhoud

sprankelen

korte heldere lichtflitsjes voortbrengen door weerkaatsing of door vonkjes

sprankelen

werkwoord

Betekenis

  1. korte heldere lichtflitsjes voortbrengen door weerkaatsing of door vonkjes
  2. overdrachtelijk een schitterende rol spelen, bruisend leven

Vervoeging van sprankelen

sprankelenhele werkwoord — sprankeldeverleden tijd enkelvoud — sprankeldenverleden tijd meervoud — gesprankeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sprankel sprankelde
jij sprankelt sprankelde
hij, zij, het sprankelt sprankelde
wij sprankelen sprankelden
jullie sprankelen sprankelden
zij sprankelen sprankelden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gesprankeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesprankeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesprankeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesprankeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesprankeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesprankeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesprankeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesprankeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesprankeld verleden tijd, deelwoord
gesprankeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesprankeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesprankeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesprankeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesprankeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesprankeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesprankeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesprankeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesprankeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesprankeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesprankeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesprankeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesprankeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesprankeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesprankeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesprankeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesprankeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sprankel gebiedende wijs
sprankelde verleden tijd
sprankele aanvoegende wijs
sprankelend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesprankeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te sprankelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen sprankelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gesprankeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesprankeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesprankeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal sprankelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal sprankelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal sprankelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gesprankeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesprankeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesprankeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou sprankelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou sprankelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou sprankelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesprankeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesprankeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesprankeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden sprankelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden sprankelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden sprankelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesprankeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt sprankelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesprankeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesprankeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesprankeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen sprankelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen sprankelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen sprankelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen sprankelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesprankeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult sprankelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘fonkelen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1808

Woordfamilie van sprankelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesprankeld voltooid deelwoord sprankelen
sprankel gebiedende wijs sprankelen
sprankelde verleden tijd sprankelen
sprankelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon sprankelen
sprankele aanvoegende wijs sprankelen
sprankelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon sprankelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sprankelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over sprankelen

Wat betekent sprankelen?
Sprankelen is een werkwoord. Het woord betekent: korte heldere lichtflitsjes voortbrengen door weerkaatsing of door vonkjes. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je sprankelen?
Je vervoegt sprankelen als volgt: de tegenwoordige tijd is sprankel, de verleden tijd is sprankelde en het voltooid deelwoord is gesprankeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord sprankelen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. P 3
  3. R 2
  4. A 1
  5. N 1
  6. K 3
  7. E 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

sprankelen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. P 4
  3. R 2
  4. A 1
  5. N 1
  6. K 3
  7. E 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

sprankelen in het kort

sprankelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van sprankelen zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort sprankelen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

sprankelen: korte heldere lichtflitsjes voortbrengen door weerkaatsing of door vonkjes
Deel sprankelen — standaardnederlands.nl