spraakleer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een stelsel van regelmatigheden die optreden in een taal
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| spraakleertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| spraakleertjes | verkleinwoord, meervoud |
| spraakleren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van spraak en leer
Woordfamilie van spraakleer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| spraakleertje | verkleinwoord | spraakleer |
| spraakleertjes | verkleinwoord meervoud | spraakleer |
| spraakleren | meervoud | spraakleer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spraakleer zijn vastgelegd.