spraakleraar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- paramedicus die spraakles geeft
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| spraakleraars | meervoud |
| spraakleraren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van spraak en leraar
Woordfamilie van spraakleraar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| spraakleraars | meervoud | spraakleraar |
| spraakleraren | meervoud | spraakleraar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spraakleraar zijn vastgelegd.