spot
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- de handeling van het spotten
- reclameboodschap
- lamp voor of licht van spotlight
- (van het Engels) plek, plaats
- vlek
- plaats
- vlekken
- herkennen
zelfstandig naamwoord — masculine
- plek, plaats
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| spotje | verkleinwoord |
| spotjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| spots | enkelvoud |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van spotten
- gebiedende wijs van spotten
Vervoeging van spot
spothele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘lamp’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1973
Woordfamilie van spot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| spotje | verkleinwoord | spot |
| spotjes | verkleinwoord | spot |
| spots | enkelvoud | spot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spot zijn vastgelegd.