sportschoolhouder
zelfstandig naamwoordBetekenis
- eigenaar van een fitnesscentrum
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| sportschoolhouders | meervoud |
| sportschoolhoudertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| sportschoolhoudertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van sportschool en houder
Woordfamilie van sportschoolhouder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sportschoolhouders | meervoud | sportschoolhouder |
| sportschoolhoudertje | verkleinwoord | sportschoolhouder |
| sportschoolhoudertjes | verkleinwoord meervoud | sportschoolhouder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sportschoolhouder zijn vastgelegd.