sportschool
zelfstandig naamwoordBetekenis
- instelling waar men conditie- en krachttraining kan doen
- (in mindere mate) opleidingsinstituut voor sportinstructeurs - sportacademie
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- opleidingsinstituut voor sportinstructeurs -> sportacademie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| sportscholen | meervoud |
| sportschooltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| sportschooltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van sport en school
Woordfamilie van sportschool
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sportscholen | meervoud | sportschool |
| sportschooltje | verkleinwoord | sportschool |
| sportschooltjes | verkleinwoord meervoud | sportschool |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sportschool zijn vastgelegd.