splitrok
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een rok met een (lange) opening aan de zijkant
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| splitrokje | verkleinwoord, enkelvoud |
| splitrokjes | verkleinwoord, meervoud |
| splitrokken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van split zn en rok zn
Woordfamilie van splitrok
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| splitrokje | verkleinwoord | splitrok |
| splitrokjes | verkleinwoord meervoud | splitrok |
| splitrokken | meervoud | splitrok |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van splitrok zijn vastgelegd.