spike
zelfstandig naamwoord spɑjkBetekenis
- (atletiek) een van de harde punten, bevestigd onder de zool van een sportschoen, bedoeld om wegglijden tegen te gaan
- (atletiek) sportschoen met metalen punten onder de zool
- (nordic walking) punt onderaan de wandelstok
- metalen punten die uitsteken als stoere versiering
- kegelvormig pootje onder luidsprekerboxen
- grote spijker
- aar
Hoe spreek je spike uit?
/spɑjk/
Spike bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| p | pak |
| ɑ | bad |
| j | ja |
| k | kat |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een van de harde punten, bevestigd onder de zool van een sportschoen, bedoeld om wegglijden tegen te gaan
- sportschoen met metalen punten onder de zool
- punt onderaan de wandelstok
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| spikes | meervoud |
Herkomst
van Engels spike
Woordfamilie van spike
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| spikes | meervoud | spike |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spike zijn vastgelegd.