sperring
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het wijd openen van de mond of de ogen
- het afsluiten
- de uitbreiding
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| sperringen | meervoud |
| sperrinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| sperrinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
naamwoord van handeling van sperren met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van sperring
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sperringen | meervoud | sperring |
| sperrinkje | verkleinwoord | sperring |
| sperrinkjes | verkleinwoord meervoud | sperring |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sperring zijn vastgelegd.