spertijd
zelfstandig naamwoordBetekenis
- (in België) de tijd dat iets gesloten, of niet te gebruiken is
- avondklok, (Tweede Wereldoorlog) een tijd dat iets verboden is, de uren waarin de bevolking ('s nachts) niet op straat mag zijn
zelfstandig naamwoord — masculine
- de tijd dat iets gesloten, of niet te gebruiken is
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| spertijden | meervoud |
Herkomst
Leenvertaling van Duits Sperrzeit.
Woordfamilie van spertijd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| spertijden | meervoud | spertijd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spertijd zijn vastgelegd.