speelreis
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een reis om te spelen
- een spel waarbij men doet alsof men een reis maakt
- huwelijksreis
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| speelreisje | verkleinwoord, enkelvoud |
| speelreisjes | verkleinwoord, meervoud |
| speelreizen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van speel ww en reis zn
Woordfamilie van speelreis
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| speelreisje | verkleinwoord | speelreis |
| speelreisjes | verkleinwoord meervoud | speelreis |
| speelreizen | meervoud | speelreis |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van speelreis zijn vastgelegd.