speelruimte
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de ruimte (speling) waarin men van de norm kan afwijken
- een ruimte waarin men speelt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| speelruimten | meervoud |
| speelruimtes | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘ruimte van beweging’ voor het eerst aangetroffen in 1813
Woordfamilie van speelruimte
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| speelruimten | meervoud | speelruimte |
| speelruimtes | meervoud | speelruimte |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van speelruimte zijn vastgelegd.