snorhaar
zelfstandig naamwoord ˈsnɔrharBetekenis
- hard en stijf haar om mee te tasten bij vele zoogdieren in de omgeving van de mond
Hoe spreek je snorhaar uit?
/ˈsnɔrhar/
Snorhaar bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| n | nek |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| h | hoed |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- hard, stijf en dun uitgroeisel van de opperhuid om mee te tasten bij vele zoogdieren in de omgeving van de mond
- dun uitgroeisel van de opperhuid op de bovenlip
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| snorhaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| snorhaartjes | verkleinwoord, meervoud |
| snorharen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van snor zn en haar zn
Woordfamilie van snorhaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| snorhaartje | verkleinwoord | snorhaar |
| snorhaartjes | verkleinwoord meervoud | snorhaar |
| snorharen | meervoud | snorhaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van snorhaar zijn vastgelegd.