snoeper
zelfstandig naamwoordBetekenis
- liefhebber van zoetigheden
- liefhebber van vrouwen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| snoepers | meervoud |
| snoepertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| snoepertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van snoepen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van snoeper
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| snoepers | meervoud | snoeper |
| snoepertje | verkleinwoord | snoeper |
| snoepertjes | verkleinwoord meervoud | snoeper |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van snoeper zijn vastgelegd.