smokkel
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈsmɔkəlBetekenis
- het smokkelen
Hoe spreek je smokkel uit?
/ˈsmɔkəl/
Smokkel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| m | maan |
| ɔ | bot |
| k | kat |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- wederrechtelijk vervoer van goederen over een grens om heffingen of beperkende regels te ontduiken
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van smokkelen
- gebiedende wijs van smokkelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van smokkelen
Vervoeging van smokkel
smokkelhele werkwoord
Herkomst
zn: naamwoord van handeling van smokkelen ww (zonder -en)