smeken
werkwoord /smekə(n)/Betekenis
- nederig om een gunst verzoeken
Hoe spreek je smeken uit?
/smekən/
Smeken bestaat uit twee lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| m | maan |
| e | veel |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
Vervoeging van smeken
smekenhele werkwoord — smeekteverleden tijd enkelvoud — smeektenverleden tijd meervoud — gesmeektvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | smeek | smeekte |
| jij | smeekt | smeekte |
| hij, zij, het | smeekt | smeekte |
| wij | smeken | smeekten |
| jullie | smeken | smeekten |
| zij | smeken | smeekten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gesmeekt | verleden tijd, deelwoord |
| gesmeekt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesmeekt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gesmeekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gesmeekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gesmeekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gesmeekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gesmeekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gesmeekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gesmeekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gesmeekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesmeekt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gesmeekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesmeekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gesmeekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gesmeekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesmeekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesmeekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| smeek | gebiedende wijs |
| smeekte | verleden tijd |
| smeke | aanvoegende wijs |
| smekend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gesmeekt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te smeken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen smeken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gesmeekt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesmeekt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gesmeekt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal smeken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal smeken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal smeken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gesmeekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesmeekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesmeekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou smeken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou smeken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou smeken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gesmeekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesmeekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesmeekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden smeken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden smeken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden smeken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gesmeekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt smeken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gesmeekt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesmeekt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesmeekt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen smeken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen smeken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen smeken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen smeken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gesmeekt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult smeken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘nederig verzoeken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Woordfamilie van smeken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gesmeekt | voltooid deelwoord | smeken |
| smeek | gebiedende wijs | smeken |
| smeekt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | smeken |
| smeekte | verleden tijd | smeken |
| smeekten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | smeken |
| smeke | aanvoegende wijs | smeken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van smeken zijn vastgelegd.