slurp
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- slurf
- slurpen
zelfstandig naamwoord — masculine
- ineengedraaide punt van een touw
- zoveel als men in één keer slurpt; slurpende teug
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| slurpen | meervoud |
| slurpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| slurpjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slurpen
- gebiedende wijs van slurpen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slurpen
Vervoeging van slurp
slurphele werkwoord
Woordfamilie van slurp
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| slurpje | verkleinwoord | slurp |
| slurpjes | verkleinwoord meervoud | slurp |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van slurp zijn vastgelegd.