slavork
zelfstandig naamwoordBetekenis
- grote vork waarmee men, samen met een slalepel, een salade kan mengen en opscheppen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| slavorken | meervoud |
| slavorkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| slavorkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van sla zn en vork zn
Woordfamilie van slavork
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| slavorken | meervoud | slavork |
| slavorkje | verkleinwoord | slavork |
| slavorkjes | verkleinwoord meervoud | slavork |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van slavork zijn vastgelegd.