Naar de inhoud

slatten

een sloot ontdoen van aangroei van waterplanten om de doorstroming te bevorderen

slatten is meer dan één woord

slatten

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. een sloot ontdoen van aangroei van waterplanten om de doorstroming te bevorderen

Vervoeging van slatten

slattenhele werkwoord — slatteverleden tijd enkelvoud — geslatvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik slat slatte
jij slat slatte
hij, zij, het slat slatte
wij slatten —
jullie slatten —
zij slatten —
Alle 87 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is geslat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geslat impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geslat impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geslat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geslat worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geslat zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geslat worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geslat zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geslat verleden tijd, deelwoord
geslat te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geslat te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geslat te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geslat te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geslat te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geslat worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geslat zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geslat zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geslat zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geslat zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geslat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geslat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geslat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geslat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geslat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geslat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geslat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geslat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geslat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geslat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geslat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geslat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geslat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geslat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geslat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geslat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
slat gebiedende wijs
slatte verleden tijd
slattend onvoltooid, deelwoord
te hebben geslat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te slatten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen slatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren geslat voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geslat voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geslat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden geslat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden geslat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geslat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal geslat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geslat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geslat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geslat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geslat zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal slatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal slatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal slatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geslat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou geslat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geslat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geslat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geslat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geslat zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou slatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou slatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou slatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geslat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geslat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geslat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geslat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geslat zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden slatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden slatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden slatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geslat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt slatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geslat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geslat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geslat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geslat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geslat zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen slatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen slatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen slatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen slatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geslat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult slatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord slat

Woordfamilie van slatten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geslat voltooid deelwoord slatten
geslatte woordvorm slatten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van slatten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over slatten

Wat is de betekenis van slatten?
Slatten is een werkwoord. De betekenis is: een sloot ontdoen van aangroei van waterplanten om de doorstroming te bevorderen.
Hoe vervoeg ik slatten?
Zo vervoeg je slatten zo: de tegenwoordige tijd is slat, de verleden tijd is slatte en het voltooid deelwoord is geslat. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord slatten is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. L 3
  3. A 1
  4. T 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

slatten levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 94 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. L 3
  3. A 1
  4. T 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 zonder bonus
  9. 94 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

slatten telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

slatten in het kort

slatten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van slatten staan er 62 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort slatten bij een woordfamilie van 2 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

slatten: een sloot ontdoen van aangroei van waterplanten om de doorstroming te bevorderen
Deel slatten — standaardnederlands.nl