slapie
zelfstandig naamwoord ˈslapiBetekenis
- ook buiten de krijgsmacht gangbaar geworden: iemand waarmee men een slaapvertrek deelt en die daarom vaak een goede kameraad is geworden
- slaapje
Hoe spreek je slapie uit?
/ˈslapi/
Slapie bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| l | land |
| a | maan |
| p | pak |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| slapies | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord slaap
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| slapies | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
alleen verkleinwoord; afgeleid van slaap met het achtervoegsel -ie, in de betekenis "iemand waarmee men een slaapvertrek deelt" aangetroffen vanaf 1890 (zie vindplaats hieronder)