napi
zelfstandig naamwoord ˈnapiBetekenis
- een soort yam die ondermeer voorkomt in het noorden van Zuid-Amerika
- die van binnen wit, paars of zwart kan zijn en veel zetmeel bevat
Hoe spreek je napi uit?
/ˈnapi/
Napi bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| a | maan |
| p | pak |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- bepaald soort klimplant Dioscorea trifida, een soort yam die onder meer voorkomt in het noorden van Zuid-Amerika
- langwerpige wortelknol van Dioscorea trifida, die van binnen wit, paars of zwart kan zijn en veel zetmeel bevat
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| napi's | meervoud |
Herkomst
via Surinaams napi
Woordfamilie van napi
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| napi's | meervoud | napi |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van napi zijn vastgelegd.