simulator
zelfstandig naamwoordBetekenis
- systeem dat een situatie of werking kan simuleren (nabootsen)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| simulatoren | meervoud |
| simulators | meervoud |
| simulatortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| simulatortjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van simuleren met het achtervoegsel -ator
Woordfamilie van simulator
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| simulatoren | meervoud | simulator |
| simulators | meervoud | simulator |
| simulatortje | verkleinwoord | simulator |
| simulatortjes | verkleinwoord meervoud | simulator |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van simulator zijn vastgelegd.