Naar de inhoud

sidderen

van angst beven

sidderen

werkwoord

Betekenis

  1. van angst beven
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van sidderen

sidderenhele werkwoord — sidderdeverleden tijd enkelvoud — sidderdenverleden tijd meervoud — gesidderdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sidder sidderde
jij siddert sidderde
hij, zij, het siddert sidderde
wij sidderen sidderden
jullie sidderen sidderden
zij sidderen sidderden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gesidderd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesidderd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesidderd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesidderd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesidderd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesidderd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesidderd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesidderd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesidderd verleden tijd, deelwoord
gesidderd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesidderd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesidderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesidderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesidderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesidderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesidderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesidderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesidderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesidderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesidderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesidderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesidderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesidderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesidderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesidderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesidderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sidder gebiedende wijs
sidderde verleden tijd
siddere aanvoegende wijs
sidderend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesidderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te sidderen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen sidderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gesidderd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesidderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesidderd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal sidderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal sidderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal sidderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gesidderd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesidderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesidderd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou sidderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou sidderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou sidderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesidderd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesidderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesidderd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden sidderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden sidderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden sidderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesidderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt sidderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesidderd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesidderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesidderd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen sidderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen sidderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen sidderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen sidderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesidderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult sidderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘trillen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477

Woordfamilie van sidderen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesidderd voltooid deelwoord sidderen
sidder gebiedende wijs sidderen
sidderde verleden tijd sidderen
sidderden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon sidderen
siddere aanvoegende wijs sidderen
siddert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon sidderen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sidderen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over sidderen

Wat is de betekenis van sidderen?
Sidderen is een werkwoord. De betekenis is: van angst beven. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik sidderen?
Zo vervoeg je sidderen zo: de tegenwoordige tijd is sidder, de verleden tijd is sidderde en het voltooid deelwoord is gesidderd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord sidderen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. I 1
  3. D 2
  4. D 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

sidderen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. I 2
  3. D 2
  4. D 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 zonder bonus
  10. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (S) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

sidderen in het kort

sidderen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van sidderen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort sidderen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

sidderen: van angst beven
Deel sidderen — standaardnederlands.nl