shift
zelfstandig naamwoordBetekenis
- ploeg van een ploegendienst
- toets op het computertoetsenbord waardoor je o.a. hoofdletters kunt typen
- verandering of verplaatsing van de ene naar de andere plaats of toestand
zelfstandig naamwoord — masculine
- toets op het computertoetsenbord waardoor o.a. hoofdletters kunnen worden getypt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [2] Shift | |
| shiftje | verkleinwoord, enkelvoud |
| shiftjes | verkleinwoord, meervoud |
| shifts | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘ploegendienst, ploeg’ voor het eerst aangetroffen in 1989
Woordfamilie van shift
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| shiften | meervoud | shift |
| shiftje | verkleinwoord | shift |
| shiftjes | verkleinwoord meervoud | shift |
| shifts | meervoud | shift |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van shift zijn vastgelegd.