scooter
zelfstandig naamwoordBetekenis
- motorrijtuig met twee kleine, brede wielen en een lage treeplank
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| scooters | meervoud |
| scootertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| scootertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘tweewielig motorvoertuig’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1951
Woordfamilie van scooter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| scooters | meervoud | scooter |
| scootertje | verkleinwoord | scooter |
| scootertjes | verkleinwoord meervoud | scooter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van scooter zijn vastgelegd.