schuinsmarcheerder
zelfstandig naamwoord /'sxœynsmɑrʃerdər/Betekenis
- iemand die geen net en braaf leven lijdt, omdat hij regels overtreedt
Hoe spreek je schuinsmarcheerder uit?
/ˈsxœynsmɑrʃerdər/
Schuinsmarcheerder bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| œy | huis |
| n | nek |
| m | maan |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| ʃ | sjaal |
| e | veel |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- iemand die geen net en braaf leven leidt, veelal doordat diegene welbewust regels overtreedt pejorative
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schuinsmarcheerders | meervoud |
Herkomst
Samenstellende afleiding van schuin en de stam van marcheren met het achtervoegsel -der met het invoegsel -s-
Woordfamilie van schuinsmarcheerder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schuinsmarcheerders | meervoud | schuinsmarcheerder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schuinsmarcheerder zijn vastgelegd.