Naar de inhoud

schrijnen

branderig aanvoelen

schrijnen is meer dan één woord

schrijnen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. branderig aanvoelen

Vervoeging van schrijnen

schrijnenhele werkwoord — schrijndeverleden tijd enkelvoud — schrijndenverleden tijd meervoud — geschrijndvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schrijn schrijnde
jij schrijnt schrijnde
hij, zij, het schrijnt schrijnde
wij schrijnen schrijnden
jullie schrijnen schrijnden
zij schrijnen schrijnden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geschrijnd verleden tijd, deelwoord
geschrijnd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschrijnd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geschrijnd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geschrijnd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geschrijnd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geschrijnd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geschrijnd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geschrijnd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geschrijnd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geschrijnd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschrijnd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geschrijnd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschrijnd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geschrijnd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geschrijnd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschrijnd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschrijnd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schrijn gebiedende wijs
schrijnde verleden tijd
schrijne aanvoegende wijs
schrijnend onvoltooid, deelwoord
te hebben geschrijnd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te schrijnen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen schrijnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geschrijnd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschrijnd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geschrijnd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal schrijnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal schrijnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal schrijnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geschrijnd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschrijnd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschrijnd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou schrijnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou schrijnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou schrijnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geschrijnd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geschrijnd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geschrijnd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden schrijnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden schrijnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden schrijnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geschrijnd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt schrijnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geschrijnd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geschrijnd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geschrijnd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen schrijnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen schrijnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen schrijnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen schrijnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geschrijnd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult schrijnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord schrijn

Herkomst

Leenwoord uit het Nederduits, in de betekenis van ‘pijnlijk zijn’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1648

Woordfamilie van schrijnen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geschrijnd voltooid deelwoord schrijnen
schrijnde verleden tijd schrijnen
schrijnden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon schrijnen
schrijne aanvoegende wijs schrijnen
schrijnt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon schrijnen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schrijnen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over schrijnen

Wat betekent schrijnen?
Schrijnen is een werkwoord. Het woord betekent: branderig aanvoelen.
Hoe vervoeg je schrijnen?
Je vervoegt schrijnen als volgt: de tegenwoordige tijd is schrijn, de verleden tijd is schrijnde en het voltooid deelwoord is geschrijnd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord schrijnen is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. R 2
  5. I 1
  6. J 4
  7. N 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

schrijnen levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. R 2
  5. I 2
  6. J 4
  7. N 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 22 zonder bonus
  11. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

schrijnen in het kort

schrijnen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van schrijnen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort schrijnen bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

schrijnen: branderig aanvoelen
Deel schrijnen — standaardnederlands.nl