schraagpijler
zelfstandig naamwoordBetekenis
- pijler waarmee men iets kan ondersteunen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schraagpijlers | meervoud |
| schraagpijlertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schraagpijlertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van schraag ww en pijler
Woordfamilie van schraagpijler
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schraagpijlers | meervoud | schraagpijler |
| schraagpijlertje | verkleinwoord | schraagpijler |
| schraagpijlertjes | verkleinwoord meervoud | schraagpijler |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schraagpijler zijn vastgelegd.