schotschrift
zelfstandig naamwoordBetekenis
- pamflet dat iemand op smadelijke wijze aanvalt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schotschriften | meervoud |
| schotschriftje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schotschriftjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘schimpschrift’ voor het eerst aangetroffen in 1638
Woordfamilie van schotschrift
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schotschriften | meervoud | schotschrift |
| schotschriftje | verkleinwoord | schotschrift |
| schotschriftjes | verkleinwoord meervoud | schotschrift |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schotschrift zijn vastgelegd.