schorsing
zelfstandig naamwoord ˈsxɔrsɪŋBetekenis
- een voorlopig of tijdelijk verbod om een functie uit te voeren
- tijdelijke onderbreking (van een vergadering of rechtszitting)
Hoe spreek je schorsing uit?
/ˈsxɔrsɪŋ/
Schorsing bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schorsingen | meervoud |
| schorsinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schorsinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van schorsen met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van schorsing
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schorsingen | meervoud | schorsing |
| schorsinkje | verkleinwoord | schorsing |
| schorsinkjes | verkleinwoord meervoud | schorsing |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schorsing zijn vastgelegd.