schooldag
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een dag in de week waarop men naar school gaat
- dag dat men naar school gaat
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schooldagen | meervoud |
| schooldagje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schooldagjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van school en dag
Woordfamilie van schooldag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schooldagen | meervoud | schooldag |
| schooldagje | verkleinwoord | schooldag |
| schooldagjes | verkleinwoord meervoud | schooldag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schooldag zijn vastgelegd.